Transgender als taboe in de Nederlandse media
Mediasocioloog Peter Vasterman beschrijft hoe de redacties van NRC, Trouw en de Volkskrant jarenlang de kritiek op medische transities bij minderjarigen niet wilden horen — en wat er gebeurde toen hij doorzette.
"Kritische journalistiek vraagt om veel moed"
Peter Vasterman doceerde drieëntwintig jaar mediasociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef proefschriften over mediahypes, deconstrueerde de werking van moral panics, en analyseerde hoe Nederlandse kranten in dossier na dossier in dezelfde valkuilen trapten. Toen hij rond 2020 het thema medische gendertransities bij minderjarigen ging onderzoeken, viel hem iets op wat in geen ander dossier zo extreem was: het zwijgen. "Ik deed dat niet vanuit een bepaald oordeel maar als een appel aan de media: waarom schrijf je hier niet over?" Het was geen retorische vraag. Het was een diagnose.
De Tavistock-zaak die Nederland niet bereikte
In 2020 won de 23-jarige Keira Bell een rechtszaak tegen de Britse Tavistock-genderkliniek, waar ze als minderjarige puberteitsremmers en testosteron kreeg en later spijt van had. De zaak werd wereldnieuws — behalve in Nederland. Vasterman ontdekte dat alleen het Reformatorisch Dagblad er een bericht over schreef. NRC, Volkskrant, Trouw, NOS: stilte. Dezelfde stilte gold voor de Trans Train-documentaire in Zweden, voor de Tavistock-sluiting, voor de eerste alarmsignalen uit Finland. "Toen ik me in het thema transgender ging verdiepen, moest ik een ideologische move maken," vertelt Vasterman. Hij begon kritisch te lezen, ondanks zijn links-progressieve achtergrond, omdat de feiten erom vroegen.
Redactionele censuur in eigen huis
De ervaringen van Vasterman zelf zijn ontluisterend. Een door hem geschreven recensie van drie kritische boeken — Material Girls van Kathleen Stock, The End of Gender van Debra Soh en Trans van Helen Joyce — werd door NRC-redacteuren ingetrokken voordat publicatie plaatsvond. Trouw weigerde een artikel zonder enige toelichting. Wat de stukken te scherp maakte: de claim dat genderdysforie bij meisjes in de puberteit deels het gevolg kan zijn van sociale besmetting via Tumblr, TikTok en Instagram. Wat de redacties weigerden te erkennen: dat de geslachtsverhouding van aanmeldingen bij genderklinieken in vijftien jaar gekanteld was van overwegend mannelijk naar overwegend vrouwelijk, een verschuiving die geen enkele aangeboren biologische verklaring kan dragen.
De zwijgspiraal verklaard
Vasterman verwijst naar de zwijgspiraal-theorie van Elisabeth Noelle-Neumann: zodra een mening publiek als afwijkend wordt gemarkeerd, durven dragers van die mening die niet meer uit te spreken, wat het isolement versterkt. Op de Nederlandse redacties werkte het zo: zodra "trans rights" als progressieve consensus stond, werd elke vraag over puberteitsremmers, over de exponentiële groei van aanmeldingen, over de comorbiditeit van autisme en eetstoornissen, automatisch als rechts of als transfoob gelabeld. Journalisten met aarzelingen hielden hun mond. "Journalistieke normen zijn tamelijk dwingend. Er is een bepaalde overeenstemming over wat in de samenleving als goed of juist als bedreigend wordt beschouwd," vat Vasterman het samen.
Het Transgender Netwerk en de spreekkamer
Vasterman noemt expliciet de rol van het Transgender Netwerk Nederland, dat naar zijn waarneming korte lijnen onderhoudt met de Amsterdamse genderkliniek en met redacties. Vragen van journalisten over de behandelpraktijk — bijvoorbeeld over hoe vaak puberteitsremmers worden voorgeschreven zonder uitgebreide diagnostiek — werden via deze lijnen vakkundig afgevangen. Dr. Thomas Steensma en dr. Annelou de Vries van het Amsterdamse genderbehandelteam kregen jarenlang ongestoord ruimte voor hun verhaal. Pas in 2023 brak die ene-stem-bubbel open, met EenVandaag, Zembla en De Groene Amsterdammer die kritische reportages durfden te maken. Het taboe bleek breekbaar zodra iemand de eerste klap gaf.
Constructie van een nieuwe ziekte
Vasterman past zijn vakkennis toe op het onderwerp zelf: hoe is genderdysforie tussen 1995 en 2020 geconstrueerd? Aanvankelijk werd het gepresenteerd als zeldzame neurologische aandoening — "een vrouw gevangen in een mannenlichaam". Later kantelde het naar identiteit, zelfidentificatie, mensenrecht. Diezelfde verschuiving zag Vasterman in andere dossiers: ADHD, autisme, burn-out. Een biomedisch label wordt cultureel breed gemaakt en daarna komen de aanmeldingen. Bij genderdysforie is de uitkomst alleen drastischer: irreversibele medische ingrepen op kinderlijven, gerechtvaardigd door een diagnose waarvan het concept binnen twintig jaar al twee keer is omgegooid.
800.000 euro voor onderzoek dat er allang had moeten zijn
Het Amsterdams UMC ontving 800.000 euro overheidssubsidie om de effectiviteit van "genderbevestigende behandeling" te onderzoeken. Vasterman trekt de logische conclusie: als dat onderzoek nu nog moet beginnen, hoe is dan een derde van een eeuw lang behandeld? Het antwoord — vertrouwen op klinische ervaring van dezelfde groep die ook het protocol heeft uitgevonden — is in elke andere medische tak ondenkbaar. Het feit dat dit in de gendergeneeskunde wel kan, is het taboe.